(Gaat niet - bestaat niet!)
Geht nicht - ........ nicht!
geben - gab - gegeben: sterk werkwoord met -e- in de stam
ich gebe - du gibst - er, sie, es gibt
ihr gebt
Geht nicht - gibt's nicht: deze uitdrukking betekent 'we krijgen alles voor elkaar'.
Das gibt es nicht: dat bestaat niet.
(Gibt's of gibts mag beide als samenvoeging van: gibt es.)
Die beiden (studentes) ........ lernen Deutsch.

die Studentin - die Studentinnen
Vrouwelijk woorden met de uitgang -in krijgen in het meervoud de uitgang -nen: die Lehrerin - die Lehrerinnen.
Herr Ober, wir zahlen bitte getrennt (apart).
Ich zahle ........ Tee und ........ Kaffee.

Der Kaffee en der Tee zijn mannelijke woorden (dat geldt voor vele producten uit verre landen, zog. koloniale producten).
In deze zin lijdend voorwerp: (Ich zahle) den Kaffee / den Tee.
(Citaat van Johan Cruijff)
"Wenn du ein (goal) ........ mehr machst als die anderen, dann hast du gewonnen."
das Tor: goal, doelpunt
(In Oostenrijk is das Goal ook gebruikelijk.)
das Ziel: de finish
der Kohl: de kool
der Schuss: het schot