Also Inge, hör mal - (wees) ........ doch nicht so altmodisch!
Sei: gebiedende wijs tegen een persoon waar je jij tegen zegt (Du, hör mal! - Luister eens!).
Bij het werkwoord sein is de vorm afwijkend, net als in het Nederlands: wees!
Wees / Weest u (verouderd): Seien Sie (bitte) wijkt af van de gewone vorm Sie sind.
Bij meer personen (jullie): seid, dus gelijk aan de gewone vorm ihr seid: 'Kinder, seid doch mal leiser!'.
Hast du (de kranten) ........ mitgebracht?
Alle woorden die eindigen op -ung zijn vrouwelijk.
De meervoudsregel is: -(e)n, zoals die Frau - die Frauen.
Hier is Zeitungen lijdend voorwerp, dus 4e naamval meervoud (zelfde vorm als 1e naamval).
Ich treffe ........ Freund vor dem Kino.

der/(m)ein Freund: mannelijk persoon
hier lijdend voorwerp: meinen Freund
das Kino: met het voorzetsel vor in een plaatsbepaling (waar ontmoet ik hem?) hier 3e naamval, vor dem Kino
Iedereen mag hem graag: Jeder ........ ihn.

mögen: houden van, graag mogen (ook: lusten)
onregelmatig (net als in het Nederlands):
ich, er, sie, es, jeder mag - wir mögen
du magst
mochte: verleden tijd
möchten: zou graag willen, dus de beleefde vorm om een wens te uiten