"Ich bin da irgendwie reingerutscht": ........
In irgendwas reinrutschen: onbedoeld in een situatie belanden / ergens 'inrollen'.
Ook: in etwas hineingeraten (geraken).
uitgegleden: ausgerutscht
ingetrapt: reingetreten (letterlijk, bijv. in hondenpoep)
ergens intrappen/instinken: auf etwas hereinfallen
Der Automat gibt kein Wechselgeld raus und ich habe es nicht passend.
Kannst du mir einen Fünfeuroschein ........ ?
wechseln: wisselen (geld, van plaats e.d.)
das Wechselgeld: wisselgeld (bij contante betaling in winkels)
tauschen: ruilen (bijvoorbeeld een dubbel verzamelobject)
umtauschen: omruilen (een aankoop)
m.b.t. geld: valuta (Währungen) bei der Bank (um)tauschen, bijvoorbeeld Dollars für Euro tauschen
austauschen: vervangen van een onderdeel (das Ersatzteil)
täuschen: bedriegen, misleiden
Lass dich nicht täuschen: trap er niet in.
NB In Duitsland zijn er nog steeds automaten voor muntgeld. Ook wordt er nog vaker contant betaald in winkels.
(Nederlandse vrouwen) ........ haben oft einen Teilzeitjob.
Die Niederländerin - die Niederländerinnen, volgens de hoofdregel meervoud:
vrouwelijke woorden krijgen -en (Frauen) of -n (Regeln, Nummern).
Eindigt het woord met de vrouwelijke uitgang -in dan is het meervoud + -nen. Die Lehrerin - die Lehrerinnen.
Eva ging in ........ Garten und legte sich ........ Gras.
gehen/ging in: beweging met resultaat, dus 4e naamval
Sich legen (gaan liggen) in/auf/unter/zwischen is ook een beweging ergens naar toe: 4e naamval.
ins = in + das
der Garten: woorden met de uitgang -en zijn overwegend mannelijk, der Wagen, der Laden, der Graben.