Wir (zullen) ........ unsere Großeltern längere Zeit nicht besuchen können.

toekomende tijd: werden
sollen: opdracht
Die Großeltern sollen morgen kommen: Ik wil dat zij komen.
würden: zouden (aanvoegende wijs) - Wir würden gerne kommen, aber es geht leider nicht.
afb. freepick
Können Sie für uns ........ reservieren?

Sie: onderwerp
Das/ein Zimmer: in deze zin lijdend voorwerp, dus 4e naamval.
Onzijdige woorden hebben in de 1e en 4e naamval dezelfde vorm.
Dit geldt tevens voor het meervoud: Wir haben die Zimmer vermietet.
(In een boekwinkel.)
"Das Buch ist ein Geschenk für meine Freundin.
Darf ich es ........ , wenn sie es schon hat?"
umtauschen: ruilen (in een winkel)
die Plätze tauschen: van plaats wisselen
vertauschen: substitueren (iets in plaats van iets anders plaatsen)
sich täuschen = sich irren: een vergissing maken
wechseln: wisselen (geld) / ook: die Plätze wechseln
verwechseln: verwisselen/verwarren (iets/iemand voor iets/iemand anders aanzien)
De uitspraak van -äu- als in het woord Häuser lijkt het meest op de uitspraak van de ........
De -äu- is gelijk aan de tweeklank -eu- als in Leute [loite].
De Nederlandse -eu- is in het Duits een -ö- als in böse.
De Duitse -ei- klinkt als -ai-.
De Nederlandse tweeklanken -ui- en -ij- bestaan niet in Standaardduits.