MOB-versie | Naar grote versie



Antwoorden van 01-05-2026 (niveau 2)



eerdere test 01 MEI geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 01-05-2026 zo ingevuld:



(Daarnet) ........ habe ich die Nachbarin gesehen.



9 % (afgerond)Vorab
3 % (afgerond)Voraus
40 % (afgerond)Vorhin 
48 % (afgerond)Vorher

vorhin: zonet, zojuist - De betekenis wijkt dus af van het Nederlandse voorheen: eerder, vroeger. 

vorher: eerder, daarvoor (voor iets anders gebeurt / gebeurd is)

vorab: van tevoren, vooraf

voraus: vooruit (voraussagen, vorhersagen: voorspellen)

Ook: Die Wandergruppe folgt, ich gehe voraus.

 

Ook mogelijk: Ich habe gerade die Nachbarin gesehen.


Zie ook de pagina Links.



(Op deze leeftijd) ........ sollte man ruhig noch etwas Sport treiben.

 



14 % (afgerond)Auf diesem Alter
81 % (afgerond)In diesem Alter 
3 % (afgerond)In dieser Lebenszeit
1 % (afgerond)Auf diese Lebenszeit

das Alter - in diesem Alter

Tijdsbepalingen (wanneer?) met voorzetsel (seit, in, nach, vor) staan altijd in de 3e naamval.

Controlevraag 'wanneer?': dan 3e naamval

 

die Lebenszeit: levensduur

 

foto: Lübecker Turnerschaft 


Zie ook de pagina gebruik.



Volgende week ga ik met de auto op vakantie, en wel naar Zwitserland.

Nächste Woche ........ mit dem Auto ........ , und zwar in die Schweiz.

 

          



1 % (afgerond)darf ich, auf Urlaub fahren
10 % (afgerond)gehe ich, auf Urlaub
5 % (afgerond)soll ich, in Urlaub fahren
84 % (afgerond)werde ich, in Urlaub fahren 

zullen/gaan (toekomst): werden

Ook: Nächste Woche fahre ich in Urlaub.

 

sollen: moeten op gezag van een ander

dürfen - ich darf: mogen - ik mag (toestemming hebben)

gehen (= lopen): niet voor toekomst

 

NB in sommige dialecten ook wel eens 'auf Urlaub sein' = niet aan het werk.


Zie ook de pagina toekomst: werden/sollen.



Der Verkäufer sagte:

Ich muss mal im (magazijn) ........ nachsehen, ob wir noch einen Vorrat Toilettenpapier haben.

 



6 % (afgerond)Laden
4 % (afgerond)Vorratskammer
81 % (afgerond)Lager 
10 % (afgerond)Speicher

das Lager: magazijn in winkel of werkplaats (ook: kampement)

auf Lager haben: in voorraad hebben

etwas lagern: iets bewaren, stallen

 

die Vorratskammer: voor levensmiddelen

der Laden (die Läden): winkel (winkels)

der Speicher: zolder / opslag

speichern: opslaan (ook m.b.t. pc bestanden)

 

 

foto: Jumbo


Zie ook de pagina weetwoorden II.



TOTAALRESULTAAT:
72% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel



Martin van Toll Producties
in samenwerking met
Fundgrube Deutsch