MOB-versie | Naar grote versie



Antwoorden van 03-03-2026 (niveau 1)



eerdere test 03 MRT geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 03-03-2026 zo ingevuld:



Die Polizei fordert die Passanten auf, (naar de kant) ........ zu gehen.

 

   



18 % (afgerond)nach der Seite
3 % (afgerond)zur Kante
77 % (afgerond)zur Seite 
2 % (afgerond)auf die Kante

die Seite: zwei Seiten - diese, die andere, die rechte/linke Seite etc.

(ook: bladzijde)

zur Seite gehen / auf die Seite gehen: opzij gaan

auf der Seite sein: aan de kant zijn / op de bladzijde

Iets van twee kanten bekijken: etwas von zwei Seiten sehen. Auf der einen Seite / auf der anderen Seite.

 

die Kante: een fysieke kant/rand zoals die Tischkante, Uferkante

 

Etwas auf die hohe Kante legen: een appeltje voor de dorst (bewaren/geld sparen).


Zie ook de pagina gebruik.



Holst du bitte das Geschirr aus dem Schrank?

 

das Geschirr: ........



64 % (afgerond)serviesgoed 
1 % (afgerond)specerij
1 % (afgerond)apparaat
35 % (afgerond)bestek

das Geschirr: serviesgoed / vaat (vaatwasser: der Geschirrspüler)

specerij: das Gewürz

apparaat: das Gerät, der Apparat

bestek: das Besteck


Zie ook de pagina weetwoorden II.



Ich musste den ganzen Weg nach Hause laufen. 

Mijn fiets heeft een lekke band: ........ .

 

    



1 % (afgerond)Mein Fahrrad hat ein leckendes Rad.
9 % (afgerond)Meinen Fahrrad hat ein Platten.
89 % (afgerond)Mein Fahrrad hat einen Platten. 
2 % (afgerond)Mein Fahrrad hat einen leckenden Schlauch.

das/mein Fahrrad: onderwerp

einen Platten haben, vaste uitdrukking, kort voor:

einen platten Reifen/Schlauch haben

ook wel: das Rad hat / ich habe einen Plattfuß :)

 

de lekke band repareren: den Fahrradschlauch flicken

der Schlauch, Schläuche: binnenband/-en

der Gartenschlauch: tuinslang


Zie ook de pagina Woordenschat, thematisch.



Er ist ........ guter Sportler.



1 % (afgerond)einem
81 % (afgerond)ein 
4 % (afgerond)eine
14 % (afgerond)einen

Er = Sportler: het gaat om dezelfde persoon.

Dus geldt de regel 'hij = hij': beide woorden staan in de 1e naamval.

 

Koppelwerkwoord ist:

Der Mann ist ein Politiker. Ich bin ein guter Schüler. 


Zie ook de pagina koppelwerkwoorden.



TOTAALRESULTAAT:
78% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel



Martin van Toll Producties
in samenwerking met
Fundgrube Deutsch