(Slotformule brief.)

Mit ........ Gruß
Der Gruß bestaat uit de stam van het werkwoord grüßen.
Deze woorden zijn overwegend mannelijk.
mit: voorzetsel met de 3e naamval
Er staat geen lidwoord voor Gruß. De uitgang van dem gaat naar freundlich-: Mit freundlichem Gruß.
Ook mogelijk: Mit freundlichen Grüßen. In de 3e naamval meervoud krijgen alle woorden de uitgang -(e)n.
In een informele mededeling, bijv. onder collega's, wordt wel eens de afkorting MfG (mvg) gebruikt.
Du hast heute Geburtstag, (je mag) ........ etwas wünschen!

dürfen = toestemming hebben: du darfst (je mag)
Du (onderwerp) darfst dir (meewerkend voorwerp) etwas (lijdend voorwerp) wünschen.
Ich wünsche dir/Ihnen/deinem Bruder alles Gute zum Geburtstag.
Sinterklaas om een cadeau vragen: Ich wünsche mir etwas vom Nikolaus.
MAAR: Er/sie wünscht sich.
mögen = houden van, lusten: du magst
du magst dich: je houdt van je(zelf)
du möchtest: je wilt graag
Er rannte so schnell er (kon) ........ .

können - konnte - gekonnt: in staat zijn om iets te doen
Ich kann Deutsch.
kennen - kannte - gekannt: iets geleerd hebben, weten, iets/iemand kennen
Sie kennt den Weg. Ich kenne diese Wörter.
De vorm könnte is aanvoegende wijs. Het zou kunnen: Es könnte sein.
rennen - rannte - gerannt
brennen - brannte - gebrannt
foto: UNSPLASH/SPORLAB
(Op) ........ 18. März ........ die Niederländer neue Gemeinderäte.
wählen (zwak werkwoord): kiezen in de betekenis van stemmen;
ook uit een hoeveelheid (uit)kiezen: (aus)wählen
stimmen: een stem uitbrengen, alleen correct met voorzetsel:
Ich stimme für/gegen den Vorschlag.
(sich) entscheiden: beslissen
van geval tot geval beslissen: von Fall zu Fall entscheiden