In ........ Nacht hat es stark geregnet.

die Nacht: vrouwelijk woord met de uitgang -t
in der Nacht: tijdsbepalingen (wanneer? hoe vaak?) met voorzetsel staan in de 3e naamval
De toeristen zijn geïnteresseerd in cultuur.
Die Touristen ........

sich interessieren für (+4e naamval): interesse hebben voor, geïnteresseerd zijn in
interessiert sein an: belang hebben bij / gebaat zijn bij
vor: voor plaatsbepalingen en tijdsbepalingen
vor dem Haus, vor einem Monat
die Kultur: woorden met de uitgang -ur zijn vrouwelijk
Smartphones sollen (tijdens) ........ des Unterrichts verboten werden.
während: tijdens
dauernd: (voort)durend
wegen: wegens / op grond van
zeitlich: tijdelijk
"Ich mache gerne Handarbeiten. Ich habe schon viel für meine Enkel gestrickt. Und jetzt sticke ich ein Tischtuch."
Deze persoon heeft al veel voor de kleinkinderen ........ . En is nu bezig met het ........ van een tafelkleed.

stricken - strickte - gestrickt: breien
sticken - stickte - gestickt: borduren (denk aan steek: der Stich)
steek bij het breien en haken: die Masche
ladder in een panty: die Laufmasche
haken: häkeln
kantklossen: klöppeln
versieren: verzieren
afb. scarlet_heath