........ Abfall wird morgen abgeholt.

Der Abfall: in het Duits dus niet onzijdig.
Zelfstandige naamwoorden, bestaand uit de stam van een werkwoord, zijn overwegend mannelijk:
der Abfall (ab-fall-en), der Verband (binden-band-gebunden), der Besuch, ... . Het betreft dus ook vaak woorden die in het Nederlands onzijdig zijn.
kliko / afvalcontainer: die Mülltonne
afvalophaaldienst: die Müllabfuhr
Er gaat iets niet helemaal goed.
Hoe zeg je in het Duits 'Dat is sneu.'?
Der Jammer (verouderd) gebruik je alleen bij een groot verdriet, niet bij een alledaags klein ongemak.
der Quatsch: nonsens, onzin, flauwekul
Quatsch machen: lol maken / onzin uitkramen
Das ist (der) Hammer: Wow, super te gek!
Deze uitdrukking kan ook negatief worden gebruikt:
Das ist EIN Hammer: Dat is een gigantische blunder!
Der Wagen muss bald (naar de apk: verplichte keuring) ........ .

(Der) TÜV [tuf] staat voor Technischer Überwachungsverein:
organisatie die gaat over de keuring van voertuigen en technische apparatuur/installaties. De naam van deze instelling wordt als synoniem voor de autokeuring (of andersoortige technische apparatuur) gebruikt.
Op Duitse producten tref je vaak de sticker van de TÜV aan.
das AKW = das Atomkraftwerk
die Wartung: onderhoud, servicebeurt
die Körung: beoordeling van honden en paarden voor de fokkerij
Wir wohnen jetzt in einer Mietwohnung, aber wir möchten gerne ........ kaufen.

Die Eigentumswohnung is een koopflat of appartement in eigendom.
(das Apartment: eenkamerwoning/studio)
die Mietwohnung: de huurwoning (etage of flat)
das Kaufhaus (ook: Warenhaus): het warenhuis
die Immobilie [immobielie-je]: onroerend goed/vastgoed = een huis/pand als 'handelswaar'.
In het Duits is er een duidelijk verschil tussen woning en huis:
das/ein Haus is altijd een gebouw, dus niet enkel een etage/flat.
Eigenhaus bestaat niet, wel ein eigenes Haus of das/ein Eigenheim (ietwat verouderd).