Wir fahren morgen mit dem Auto ........ meiner Oma.
Naar een persoon gaan: zu + 3e naamval.
Zu meiner Oma, zu meinem Opa, zum Zahnarzt.
Ook voor een bepaalde plek/instelling: zum Markt, zum Rathaus, zur Party gehen.
gehen: (concreet) lopend ergens heengaan / algemeen ook 'naar een evenement gaan', dan dus niet per se lopend
Met een voertuig ergens heengaan: Wir fahren.
Naar een land/stad reizen: nach Deutschland, nach Köln fahren/reisen.
das Auto + mit: 3e naamval, mit dem Auto
........ Versicherung bezahlt ........ Schaden.
Woorden die op -ung eindigen zijn altijd vrouwelijk.
(Nederlandse woorden met het achtervoegsel -ing zijn vrouwelijk.)
Der Schaden (hier als lijdend voorwerp): De meeste woorden met de uitgang -en zijn mannelijk.
Ein Drittel aller Nahrung geht weltweit verloren. Die Vergeudung muss stoppen!
Een derde van ........
die Nahrung: voedsel (die Ernährung: voeding)
die Vergeudung: verspilling, verkwisting
die Ausbeutung: uitbuiting
der Missbrauch: misbruik
der Überschuss: overschot
Wenn man den Marathon laufen will, braucht man viel ........

die Ausdauer: uithoudingsvermogen (ook: das Durchhaltevermögen)
die Auskunft: inlichting
der Aufwand: kosten en/of inspanning om iets te realiseren
der Aufschwung: opleving (economie)
afb. de.cleanpng.com