-Um welche Zeit kommst du am Freitag?
-Ich komme (in de ochtend) ........ .
Der Morgen - am Morgen (in de ochtend): zelfstandig naamwoord, dus met hoofdletter. (Ook: am Vormittag)
Ich komme morgen (volgende dag): bijwoord, dus met kleine letter.
Tijdsbepalingen met dagen en dagdelen combineren met am (3e naamval): am Montag, am Vormittag (maar: in der Nacht, vrouwelijk).
(Jullie) ........ Haus gefällt uns gut.
ein Haus, mein Haus, euer Haus (ein/(m)ein/kein groep):
De vorm van de 1e (en 4e) naamval onzijdig is gelijk.
eures: 2e naamval
Ihren (uw/hun/haar): Ich kenne Ihren/ihren Sohn, 4e naamval.
Uw/haar/hun: Ihr/ihr Haus, 1e en 4e naamval.
Kinder, ihr ........ doch, dass das nicht erlaubt ist!

Het werkwoord wissen heeft een onregelmatige vervoeging: in het enkelvoud -ei- in het meervoud -i-:
ich weiß (na -ei- schrijf je -ß-)
du weißt
wir wissen / Sie, sie wissen (na een korte klinker schrijf je -ss-)
Kinderen, jullie weten: ihr wisst.
das: het/dit of hetgeen
dass: voegwoord dat
erwischen: betrappen / te pakken krijgen
Nach der langen Arbeit darf man sich ruhig mal schonen.
schonen = ........
sich/jemanden schonen: ontzien / uitrusten (ook m.b.t. gezondheid)
(Oudnederlands verschonen: iets niet hoeven / zich aan iets onttrekken; nu enkel nog als juridische term.)
mooi maken: (sich) schön machen / etwas verschönern
verschonen: frisch machen, erneuern, frisch beziehen (Bett)
laten gaan: sich gehenlassen (sich nicht beherrschen) / loslassen