MOB-versie | Naar grote versie



Antwoorden van 19-05-2026 (niveau 1)



eerdere test 19 MEI geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 19-05-2026 zo ingevuld:



Ich muss mal ........ Toilette.

 



18 % (afgerond)nach der
77 % (afgerond)zur 
5 % (afgerond)nach

Die Toilette: een plek waar je naartoe gaat, net als 'Ich gehe zum Markt'. Hiervoor gebruik je in het Duits zu (+3e naamval)

zu + der = zur

kort: "Ich muss mal." / "Ich muss mal wohin." :)

nach = naar: voor steden en landen. Wir fahren nach Deutschland.

Plaats- of tijdsbepaling met de 3e naamval.

nach = na 

Nach der Kurve (bocht) seht ihr schon die Tankstelle.

Nach einer Stunde kam er endlich.

 

Spreektaal voor zur Toilette gehen: aufs Klo gehen.


Zie ook de pagina gebruik.



"Du (mag) ........ gerne noch zum Essen hier bleiben." 

 

"Tut mir leid, aber ich muss jetzt (naar huis) ........ ."



78 % (afgerond)darfst - nach Hause 
5 % (afgerond)möchte - zuhause
5 % (afgerond)magst - zuhause
12 % (afgerond)möchtest - nach Hause

dürfen = toestemming hebben: du darfst

mögen = houden van, is hier niet van toepassing

möchten = op beleefde wijze wens/verzoek/voorkeur uiten:

Ich möchte gerne noch bleiben. Aber ich muss nach Hause (gehen).

Ich bin zuhause: ik ben thuis.


Zie ook de pagina dürfen / müssen / sollen / mögen.



Hebben jullie al ontbeten?



4 % (afgerond)Haben ihr bereits gefrühstückt?
16 % (afgerond)Habt ihr schon frühstückt?
1 % (afgerond)Hast ihr bevor frühstückt?
79 % (afgerond)Habt ihr schon gefrühstückt? 

frühstücken - frühstückte - gefrühstückt

ihr habt - habt ihr?

 

In het Nederlands hebben alle 3 meervoudsvormen dezelfde uitgang: wij/jullie/zij hebben.

De jullie-vorm wijkt in het Duits hiervan af:

wir haben, ihr habt, sie/Sie haben.

 

schon, bereits: al, reeds

bevor: voordien


Zie ook de pagina onregelmatig.



Niels zeigt ........ Freund ein Computerspiel.

 

     

 



78 % (afgerond)seinem 
2 % (afgerond)seine
4 % (afgerond)sein
16 % (afgerond)seinen

Niels laat aan zijn vriend een computerspel zien.

In het Duits is dat 3e naamval: zeigt seinem Freund (meewerkend voorwerp).

Das/ein Computerspiel: hier lijdend voorwerp. De 4e naamval onzijdig heeft dezelfde vorm als de 1e naamval.

 

In dit type zin staat de persoon (Freund) bijna altijd in de 3e naamval (meewerkend voorwerp) en het 'ding' (computerspel) in de 4e naamval (lijdend voorwerp).


Zie ook de pagina ein/eine-groep - bezittelijk voornaamwoord.



TOTAALRESULTAAT:
78% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel



Martin van Toll Producties
in samenwerking met
Fundgrube Deutsch