Er beteuerte seine Unschuld, aber wir haben ........ nicht geglaubt.
(Jemandem) glauben: werkwoord met de 3e naamval.
Ich glaube dir / Ihnen.
Je kunt ook zeggen: Wir haben ihm die Geschichte (lijdend voorwerp) nicht geglaubt.
Das (lijdend voorwerp) haben wir (onderwerp) ihm nicht geglaubt.
Enkele werkwoorden combineren met de 3e naamval.
De meest gebruikte zijn: begegnen, gratulieren, glauben, helfen, danken, folgen.
NB glauben an = mentaal/abstract werkwoord + voorzetsel: 4e naamval, ich glaube an einen Gott.
beteuern: bezweren
Den untrainierten Teilnehmern am 4-Tage Marsch taten bald (de kuiten) ........ weh.

die Ferse: hiel
der Oberschenkel: dijbeen
der Unterschenkel: onderbeen, onderdij
die Stirn: voorhoofd
die Wade - die Waden: onderwerp
Es tut mir weh - den untrainierten Teilnehmern: meewerkend voorwerp, 3e naamval (hier meervoud: alle woorden met uitgang -n)
(Met mooi weer) ........ gehen wir spazieren.
bei: 3e naamval
das Wetter: bei schönem Wetter
Omdat er geen woord uit de der/(m)ein-groep voor staat, gaat de -m naar het bijvoeglijk naamwoord.
Wat is de Nederlandse evenknie van dit gezegde?
Müßiggang ist aller Laster Anfang.
Letterlijk: luiheid/gemakzucht is het begin van alle slechte gewoontes.
das Laster: (kleine) zonde / slechte gewoonte
(der Laster: vrachtwagen)
müßig: niet lonende inspanning / nutteloos
Die letzten Gewichte wiegen am schwersten.
Ein verdorbener Apfel im Korb verdirbt das ganze gute Obst.
Jemandem ein X für ein U vormachen.
Lijst van Nederlandse gezegden met Duitse vertaling en/of evenknie (die deutsche Entsprechung):
https://de.wikiquote.org/wiki/Niederl%C3%A4ndische_Sprichw%C3%B6rter