Der Direktor ist in einer Besprechung, Herr Maier (vervangt hem) ........ .
Iemand (tijdelijk) vervangen / een organisatie vertegenwoordigen: vertreten, vertrat, vertreten. Dus een sterk werkwoord met een -e-.
Deze werkwoorden veranderen vrijwel allemaal in de tegenwoordige tijd naar -i(e)-.
Uitzonderingen:
Bij (ver)treten en nehmen wordt de lange -e- een korte -i-:
ich nehme, du nimmst, er/sie/es nimmt.
Geen e/ie wissel bij gehen, bewegen, genesen en heben.
Ich vertrete jemanden/ihn /sie/Sie: lijdend voorwerp.
der Vertreter: verkoper in buitendienst
Sie sah ........ Gefahr nicht.

Die Gefahr is een van de woorden die in het Nederlands onzijdig zijn maar niet in het Duits.
Zo ook: die Geduld, die Gewalt.
Die Zerstörung = ........ .
verstoring: die Störung
verwarring: die Verwirrung
vergissing: der Irrtum
Het voorvoegsel zer- geeft aan dat iets verwordt tot iets anders, vaak onherroepelijk: zerschneiden = verknippen.
De uitdrukking 'Da bleibt einem die Spucke weg!' komt ongeveer overeen met: ........
Met de mond vol tanden staan / sprakeloos (sprachlos) zijn van verbazing en/of verontwaardiging.
Ook gebruikelijk: Jetzt bin ich aber platt!
die Spucke: onderwerp
einem - jemandem - mir: meewerkend voorwerp
Hier snap ik geen barst van: Ich kapier' das total nicht. / Ich steh' total auf dem (auf'm) Schlauch.
Daar krijgt men een droge mond van (bijv. een medicijn):
Das trocknet den Mund aus. / Davon bekommt/kriegt man einen trockenen Mund.