Wir danken ........ recht herzlich für ........ Gastfreundschaft.

Het werkwoord danken combineert met de 3e naamval:
Ich danke dir. Ich danke Ihnen. Er dankt mir.
Enkele werkwoorden hebben in het Duits de vaste 3e naamval. De meest gebruikte: begegnen, danken, gehören, gratulieren, folgen, helfen.
Voorzetsel für: 4e naamval, hier voor een vrouwelijk woord (uitgang -schaft).
Hoe zeg je in het Duits:
Wie het laatst lacht, lacht het best.
Nederlands wie (degene die ...): wer (derjenige, der ...) 1e naamval.
Wen: vraagt naar een lijdend voorwerp 4e naamval.
Wen hast du ausgelacht?
zuletzt: het laatst
gut - besser - am besten
als bester: Er endete als bester im Test.
Das Beste, das mir passieren konnte: Het beste wat me kon overkomen.
Die Kommission untersucht, ob es sich um unlauteren Wettbewerb handelt.
unlauterer Wettbewerb: ........
oneerlijke concurrentie
unlautere Absichten: oneerlijke bedoelingen / poging tot bedrog
Alleen in deze uitdrukkingen is dit synoniem van oneerlijk nog gebruikelijk.
luidruchtig: geräuschvoll, lautstark (Protest)
ludiek: witzig, verspielt, spielerisch
der Wettbewerb: wedstrijd, concurrentie (stam van het werkwoord werben)
unlauter-er: zonder lidwoord ervoor verhuist de uitgang van der naar het bijvoeglijk naamwoord
(Der) Zaun spreek je uit als ........ .

Uitspraak -au- als in das Auto, lijkt op de klank van clown.
De Duitse -z- wordt als het Nederlandse -ts- uitgesproken.
De klank van de Nederlandse -z- komt in afgezwakte vorm voor in het midden van woorden, bijvoorbeeld in die Vase [waze].
De -s- onderscheidt zich niet erg van de Nederlandse -s-. De klank is een beetje 'scherp'.