Sie sieht ........ fast jede Woche im Sportclub.

Deine Koffer sind recht schwer. ........ ich dir beim Tragen helfen?

Met sollen vraag je naar de wens van iemand (wil je dat ik...):
"Soll ich dir/Ihnen helfen?"
werden: toekomstige tijd. Ich werde nächsten Monat kommen.
mögen (ich mag, wir mögen): houden van, lusten
Werkwoord helfen combineert altijd met de 3e naamval:
Ich helfe dir gerne.
Hilfst du mir bitte?
Kann ich Ihnen helfen?
"Da sind Sie aber auf dem Holzweg!"
sich auf dem Holzweg befinden: ........ .
De uitdrukking heeft een licht denigrerende toonzetting.
aan de beterende hand zijn: auf dem Wege der Besserung sein (formeel), in spreektaal ook 'über den Berg sein'
in het wilde weg ageren: aufs Geratewohl handeln / ins Blaue hinein (op de bonnefooi)
op een hellend vlak zijn (figuurlijk): sich auf einer schiefen Ebene / auf glattem Parkett / auf dünnem Eis befinden
houten pad langs het strand: der Holzbolenweg
Een opgavesuggestie van Anton Swart.
Die Rettungsarbeiten entlang der Autobahn wurden durch zahlreiche Gaffer erschwert.
(der) Gaffer: ........
gaffen: spreektaal voor staren, gluren
ook: glotzen (die Glotze: tv)
obstakel: das Hindernis
dranghek: die Absperrung / das Absperrgitter
takelmateriaal: das Takelwerk / die Takelage [takelaa-sje]
erschweren: bemoeilijken