Kun je me een plezier doen? : ........
Met deze uitdrukking kun je iemand om een (kleine) gunst vragen.
Du (onderwerp) tust mir (meewerkend voorwerp) einen Gefallen (lijdend voorwerp).
der Gefallen: behagen
das Vergnügen: plezier in de betekenis van amusement of genoegen
plezier beleven aan: Spaß haben mit / Gefallen finden an (formeel)
Waar kun je NIET eten?
Het foute woord is dus die Klitsche: denigrerend voor klein, provinciaal, kruideniersachtig bedrijf/winkel.
das Lokal: algemeen voor een (eet)café of uitgaansgelegenheid
(klaslokaal: das Klassenzimmer)
Die (Gast-)Wirtschaft en die Gaststätte zijn algemene benamingen voor een eetgelegenheid/café, dus eenvoudige, eerder traditionele café/restaurants.
(die Wirtschaft ook: de economie en het bedrijfsleven)
Wir stiegen aus ........ Auto und gingen in ........ Wald.
das Auto: dus in het Duits onzijdig
(zie voor wél/niet onzijdig NL-D de lijst bij 'zelfstandige naamwoorden - geslacht')
aus dem Auto: 3e naamval
in: 3e of 4e naamval, je kunt vragen 'waarheen?: 4e naamval.
In den Wald gehen.
In tegenstelling tot Wir spazieren im Wald / Wir laufen im Wald (herum) (waar lopen we rond?): weliswaar een beweging maar zonder einddoel/verandering.
"Das verbitte ich mir!": ........
Verbitten - verbat - verbeten is het tegendeel van erbitten (verouderd voor verzoeken): Daar hoef je mij niet mee aan te komen. / Dat verkies ik niet.
Ik heb een verzoek: Ich habe eine Bitte / Ich bitte (+ 4e naamval) Sie um (+ 4e naamval) einen neuen Termin.
Dat gun ik me niet: Das gönne/erlaube ich mir nicht (verwennerij).
Das verbiete ich mir (verbieten - verbot - verboten): Dat sta ik mezelf niet toe.