........ Apotheker gab mir ........ Mittel gegen Magenschmerzen. Das Mittel schmeckt etwas bitter.
der Apotheker, mannelijke persoon, hier onderwerp
das Mittel: vorm van de 1e en 4e naamval, hier lijdend voorwerp,
Bij onzijdige woorden is de vorm van de 1e en 4e naamval gelijk.
Du solltest nicht so schnell fahren: ........
Let op het verschil in betekenis van du sollst en du solltest.
du sollst: jij moet op gezag van iemand
du solltest: je zou moeten / je kunt beter, dus een advies
Die twee letters (-te-) maken dus een groot verschil in betekenis.
Deze werkwoordvorm is een conjunctief (aanvoegende wijs) van het werkwoord sollen.
je mag: du darfst
je zult: du wirst (toekomst)
Nach dem Wahlsieg dieser Partei sprachen Kommentatoren von einem 'historischen (resultaat) ........ '.
das Ergebnis: resultaat, uitkomst - Das Ergebnis einer Rechenaufgabe.
das Ereignis: de gebeurtenis
der Aufwand: de materiële en/of fysieke inspanning voor een doel
die Anstalt: instelling overheid, onderwijs of zorg
Hoe noemt men in het dagelijkse Duits een straat met dit teken?

Die Einbahnstraße is een straat met eenrichtingsverkeer.
Die Bahn heeft hier de betekenis van rijstrook.
(eenbaansweg: einspurige Fahrbahn)
Die Einfahrtstraße: geeft aan dat je hier een wijk in kunt rijden.
Het begrip '(der) Einrichtungsverkehr' komt wel in de verkeerswet voor, maar is niet voor de straat zelf van toepassing.