MOB-versie | Naar grote versie



Antwoorden van 13-05-2026 (niveau 3)



eerdere test 13 MEI geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 3 hebben de test van 13-05-2026 zo ingevuld:



Das Jahr 2024 hatte 366 Tage. Es war ein (schrikkeljaar) ........ .



60 % (afgerond)Schaltjahr 
36 % (afgerond)Wechseljahr
4 % (afgerond)Schreckensjahr

schalten: schakelen, er wordt een extra dag 'ingeschakeld'

das Schreckensjahr: desastreus jaar

Wechseljahr bestaat alleen in het meervoud: die Wechseljahre = 'de overgang' (menopauze).


Zie ook de pagina Links.



Ich habe (de student) ........ ein Zimmer vermietet.

 

      



81 % (afgerond)dem Studenten 
12 % (afgerond)den Student
7 % (afgerond)den Studenten

Der Student - aan de student (verhuurd): meewerkend voorwerp, 3e naamval enkelvoud.

ein Zimmer: lijdend voorwerp

 

Student hoort bij een groep woorden voor mannelijke personen (en dieren) die eindigen op -t (Elefant) of -e (Hase).

Deze woorden krijgen, behalve in de 1e naamval enkelvoud, in alle naamvallen (dus ook in het meervoud) de uitgang -en.

Den Studenten: 4e naamval enkelvoud en 3e naamval meervoud.

 

Om kritiek te vermijden betreffende vrouwelijke en mannelijke vormen gebruikt men tegenwoordig graag de vorm (der/die) Studierende, omdat het woord 'genderneutraal' is. 


Zie ook de pagina 7 x -(e)n.



Das Kind (mocht) ........ ohne die große Schwester nicht aus dem Haus gehen.



22 % (afgerond)dürfte
1 % (afgerond)mag
76 % (afgerond)durfte 
1 % (afgerond)mochte

dürfen - durfte - gedurft

dürfte (aanvoegende wijs): zou mogen (ook soms: het zou kunnen / is waarschijnlijk zo)

mochte (verleden tijd van mögen): had (geen) zin in, lustte, hield van

ich mag, es mag: tegenwoordige tijd van mögen


Zie ook de pagina dürfen / müssen / sollen / mögen.



Ich muss mich beeilen, (anders) ........ ich meinen Zug nicht.

 

   



4 % (afgerond)anders schaffe
34 % (afgerond)sonst hole
1 % (afgerond)anders kriege
61 % (afgerond)sonst kriege 

sonst: in het andere geval

Ich muss mich beeilen, sonst komme ich zu spät.

anders (+ als): Dieser Fall ist anders als der andere Fall.

(sondern: niet ... maar - Ich möchte keinen Tee sondern Kaffee.)

de trein halen: den Zug kriegen, schaffen, erreichen (formeel)

(zie menupagina 'spreektaal - standaardzinnen D-N')

 

holen: (op)halen (abholen), ook spreektaal voor kopen:

"Ich hole mir das Sonderangebot bei Aldi."


Zie ook de pagina Bijwoorden / voegwoorden / kommaregels.



TOTAALRESULTAAT:
70% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel



Martin van Toll Producties
in samenwerking met
Fundgrube Deutsch