|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
(Deze) ........ Zug fährt bis nach Warschau.
Wir fahren mit ........ Zug bis Potznan.

der/dieser Zug, in zin 1 onderwerp
mit: voorzetsel met de 3e naamval - mit dem/diesem Zug
den/diesen: 4e naamval.
Ich habe den Zug verpasst (lijdend voorwerp).
Der Zug: hier herken je een (oude) stamvorm van het werkwoord ziehen - zog - gezogen (trekken). Dergelijke woorden zijn overwegend mannelijk: der Betrag, der Plan, der Rauch, der Rat, der Tanz, der Zufall ...
Rufen Sie bitte ........ Polizei!
![]()
die Polizei: uitgang -ei, dus vrouwelijk
die Bäckerei, die Metzgerei (slager), die Partei, die Datei (databestand)
Hier 4e naamval: bij vrouwelijk dezelfde vorm als 1e naamval.
Er fährt per Anhalter nach Italien.
per Anhalter = ........
liften: per Anhalter (reisen), ook: trampen
een voertuig stoppen: anhalten
met een caravan: mit einem Wohnwagen/Caravan
met een aanhanger: mit einem Anhänger
Ich (houd me bezig) ........ mich gerne mit Sprachen.
sich beschäftigen: bezig zijn / zich bezig houden
Afgeleid van schaffen: werken / voor elkaar krijgen
Ook iemand in loondienst hebben: die Firma beschäftigt viele Mitarbeiter.
bestätigen: bevestigen (van bijvoorbeeld een afspraak)
befestigen: vastmaken
beobachten: observeren
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |