0 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker

Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


Antwoorden van 22-05-2026 (niveau 1)



eerdere test 22 MEI geen latere test beschikbaar
(klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)


De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 22-05-2026 zo ingevuld:



Tut mir leid. Ich ........ nicht, dass man sein Fahrrad hier nicht abstellen darf.

 



2 % (afgerond)wisst
2 % (afgerond)wisste
76 % (afgerond)wusste 
20 % (afgerond)wüsste

wissen - wusste - gewusst

ich weiß - wusste

du weißt - wusstest

er, sie, es weiß - wusste

ihr wisst - wusstet

 

wüsste: aanvoegende wijs - ik zou weten


Zie ook de pagina onregelmatig.



Hast du die Adresse von Frau Maier und auch die Adresse von Herrn Schmidt für die Einladungen? 

Ich schreibe (de adressen op de enveloppen) ........ und bringe sie zur Post.

 



5 % (afgerond)den Adresse auf die Umschlägen
7 % (afgerond)die Adresses auf die Umschlagen
4 % (afgerond)der Adressen auf die Umschlage
84 % (afgerond)die Adressen auf die Umschläge 

Die Adresse, dus in het Duits dus niet onzijdig. Uitgang -e: overwegend vrouwelijk.

die Adressen: hier in de 4e naamval (dezelfde vorm als de 1e naamval)

Hoofdregel vrouwelijk meervoud -en of -n

die Frau - die Frauen

 

Der Umschlag (envelop) - die Umschläge: woorden die uit de stam van een werkwoord bestaan (schlag-en) zijn meestal mannelijk.

In het meervoud vrijwel altijd met een umlaut.


Zie ook de pagina meervoud.



Ich wünsche ........



5 % (afgerond)Ihnen ein guter Abend.
6 % (afgerond)Sie ein guten Abend.
5 % (afgerond)Sie eine gute Abend.
85 % (afgerond)Ihnen einen guten Abend. 

Ik wens aan u: 3e naamval = Ihnen (dir/ihr/ihm).

Dagen en dagdelen zijn (overwegend) mannelijke woorden, hier lijdend voorwerp: einen guten Abend.

1e naamval: der gute Abend – ein guter Abend.


Zie ook de pagina overzicht.



(Bord in een doe-het-zelf-winkel.) Welches Wort fehlt (2x) ?

 



3 % (afgerond)gebrauchen
6 % (afgerond)nötigen
90 % (afgerond)brauchen 
2 % (afgerond)mögen

brauchen: nodig hebben

ook: hoeven/moeten, bijv. Du brauchst dich nicht so anzustrengen (inspannen).

 

gebrauchen: gebruiken (bijv. gereedschap; ook: verwenden)

benötigen: betekent eveneens nodig hebben maar is eerder formeel taalgebruik

nötigen: iemand onder druk zetten


Zie ook de pagina lastige werkwoorden.



TOTAALRESULTAAT:
84% goed

Uitleg van de kleuren en symbolen:
GOED GEKOZENhet juiste antwoord (door jou gekozen)
FOUT GEKOZENeen fout antwoord (door jou gekozen)





Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel

© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties

opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß