|
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||||
Tut mir leid. Ich ........ nicht, dass man sein Fahrrad hier nicht abstellen darf.

wissen - wusste - gewusst
ich weiß - wusste
du weißt - wusstest
er, sie, es weiß - wusste
ihr wisst - wusstet
wüsste: aanvoegende wijs - ik zou weten
Hast du die Adresse von Frau Maier und auch die Adresse von Herrn Schmidt für die Einladungen?
Ich schreibe (de adressen op de enveloppen) ........ und bringe sie zur Post.

Die Adresse, dus in het Duits dus niet onzijdig. Uitgang -e: overwegend vrouwelijk.
die Adressen: hier in de 4e naamval (dezelfde vorm als de 1e naamval)
Hoofdregel vrouwelijk meervoud -en of -n
die Frau - die Frauen
Der Umschlag (envelop) - die Umschläge: woorden die uit de stam van een werkwoord bestaan (schlag-en) zijn meestal mannelijk.
In het meervoud vrijwel altijd met een umlaut.
Ich wünsche ........
Ik wens aan u: 3e naamval = Ihnen (dir/ihr/ihm).
Dagen en dagdelen zijn (overwegend) mannelijke woorden, hier lijdend voorwerp: einen guten Abend.
1e naamval: der gute Abend – ein guter Abend.
(Bord in een doe-het-zelf-winkel.) Welches Wort fehlt (2x) ?

brauchen: nodig hebben
ook: hoeven/moeten, bijv. Du brauchst dich nicht so anzustrengen (inspannen).
gebrauchen: gebruiken (bijv. gereedschap; ook: verwenden)
benötigen: betekent eveneens nodig hebben maar is eerder formeel taalgebruik
nötigen: iemand onder druk zetten
© 2014 - NU Beter Duits is een initiatief van Martin van Toll Producties opgericht in samenwerking met Deutsch macht Spaß |